De woorden en de cijfers van de begroting moeten op elkaar aansluiten. Anders heb je geen deugdelijke begroting. Het college kon een verschil van 1,8 miljoen euro voor sportvoorzieningen niet verklaren. Onbestaanbaar. Raadslid Joost Pals beschrijft de gang van zaken in deze column.
In mijn vorige column noemde ik al de onbalans tussen sportbeleid (ambtenaren) en sportaccommodaties (voorzieningen voor verenigingen). De gemeente Bergen op Zoom geeft vooral geld uit aan ambtenarensalarissen. Ten koste van de voorzieningen voor verenigingen. Dat moet anders.
Bezuiniging van 2 miljoen
Vanuit het Focusakkoord is afgesproken dat de gemeentelijke financiën op orde moeten komen. Voor sport betekent dat een bezuiniging van 2 miljoen euro. Dat is ook mogelijk. Bergen op Zoom heeft een groot aantal ambtenaren in dienst waardoor er veel kosten zijn voor sportbeleid. Dat kan echt met minder.
Qua kosten voor sportaccommodaties zit onze gemeente al ongeveer op een gemiddeld niveau, dus dat daar zou in theorie weinig hoeven te veranderen.
Wat het college fundamenteel verkeerd doet is om de bezuinigingen alsnog bij de sportaccommodaties - en dus de sportclubs - weg te leggen. Ook hier weer wil het college de opgeblazen ambtelijke organisatie ontzien.
Nonchalante omgang met cijfers
In de discussie over de bezuinigingen op sport kwam in de afgelopen paar weken nog iets anders aan het licht. De nonchalante omgang van het college met de cijfers in de begroting.
Sommige politieke partijen - vooral aan de linkerzijde - bagatelliseren het belang van juiste cijfers. Het zijn "maar" cijfers, waar hebben we het over. Maar het gaat echt wel ergens over. Want je stelt er wél mee vast hoeveel budget er naar een onderwerp gaat. In dit geval sport.
Het college kon niet verklaren wat er gebeurt met het budget voor sport. Uiteindelijk ging het om een simpele rekensom. Er gaat nu in totaal 6,6 miljoen naar sport. De bezuiniging is 2 miljoen. Dus dan hou je 4,6 miljoen over. Maar in de begroting staat 2,8 miljoen euro als uitkomst. Nou wil ik best een afrondingsverschil geloven als het niet 4,6 maar 4,5 miljoen was geweest, maar dit is geen afrondingsverschil meer. Dit gaat om 1,8 miljoen euro.
Bluf en bravoure
Terugkijkend op de afgelopen paar weken zie ik nog iets meer dan "alleen" die rare rekensom. Namelijk een bestuurscultuur die nog steeds uitgaat van bluf en bravoure. Feitenvrije politiek.
Op meerdere momenten vroeg ik het college om een inhoudelijke verklaring voor dat verschil in de cijfers. Achtereenvolgens kwamen daar de meest onzinnige antwoorden op. Eerst géén antwoord. Ook fijn. Daarna zou het komen omdat er meer efficiency bereikt zou worden. Met alle respect, efficiency kan best 15% opleveren, maar geen bezuiniging van 84%, zónder in te boeten op de kwaliteit van het voorzieningenniveau.
Bij doorvragen (en doorvragen) moesten we volgens het college maar niet teveel waarde hechten aan de cijfers. Nota bene cijfers die het college zélf presenteert in de begroting. Op pagina 163 om precies te zijn. De wethouder stelde voor om láter nog eens te kijken en daarop in te zoomen.
Een stuk rot in de bestuurscultuur
Naar mijn mening is het exemplarisch voor een stuk rot in de bestuurscultuur van de gemeente Bergen op Zoom. Er is een plichtmatige discussie over een onderwerp. En dan… glas, plas, was. Want o wee, als de daad bij het woord wordt gevoegd. Dat is men niet gewend.
Het college was "teleurgesteld" dat we - net als enkele andere partijen - tegen de begroting stemden. Maar hoe kun je in vredesnaam vóór een begroting stemmen waarvan men bij herhaling niet in staat is om een verschil van 1,8 miljoen (!) euro te verklaren? We hebben het niet over een tientje.
Nauwelijks budget voor sportvoorzieningen
Ik ervaar een andere teleurstelling. Namelijk dat een meerderheid van de gemeenteraad kennelijk accepteert dat er een onbetrouwbare begroting wordt voorgelegd. En daar nog mee instemt bovendien. Met nauwelijks meer budget voor sportvoorzieningen. Dat moet anders.
Joost Pals, 13 november 2021






